Aanvullende bijzondere vermeldingen

30 jun 2014

 

 

Naast de minimaal verplichte informatie moet u over voorverpakte producten extra informatie geven wanneer:

 

 

 

  1. u een bepaald ingrediënt van het product specifiek in de productnaam vermeldt (bijvoorbeeld roomboterkoekje) - zie artikel over “Kwantitatieve ingrediëntendeclaratie”; 
  2. een afbeelding van een bepaald ingrediënt op de verpakking zet (bijvoorbeeld een tekening of foto van een hazelnoot op de verpakking van een notenkoek) - zie artikel over “Kwantitatieve ingrediëntendeclaratie”;
  3. u een bepaalde vermelding over een ingrediënt op de verpakking opneemt (bijvoorbeeld rijk aan voedingsvezel) - zie artikel over “Voedingswaardevermelding”;
  4. de consument het product nog verder moet bereiden voordat het gereed is voor consumptie (bijvoorbeeld wanneer de consument het product nog moet afbakken moet deze weten hoe lang en bij welke temperatuur dat moet gebeuren);
  5. de consument het product op een bijzondere wijze moet bewaren zodat de houdbaarheidsdatum van het product gegarandeerd kan worden (bijvoorbeeld gekoeld of diepgevroren – u vermeldt dan zowel de bewaartemperatuur als de bewaartermijn op de verpakking) of als u een ‘te gebruiken tot’ oftewel uiterste consumptiedatum vermeldt - zie ook artikel over “Houdbaarheidsdatum”;
  6. uw product genetisch gemodificeerde ingrediënten bevat – zie artikel over “Genetisch Gemodificeerde Organismen (GGO)”;
  7. u uw product als ‘biologisch’ aanduidt – zie artikel “Biologische producten”;
  8. u het product verpakt onder beschermende atmosfeer (gasverpakt);
  9. u zoetstoffen, zoethout, cafeïne of plantensterolesters aan het product toevoegt;
  10. u doorstraalde ingrediënten gebruikt;
  11. u bepaalde AZO-kleurstoffen gebruikt;
  12. het product technisch vervaardigde nanodeeltjes bevat;
  13. de consument door het gebruik van plaats- of regio aanduidingen misleid zou kunnen worden;
  14. het product bevroren is geweest en de kwaliteit of voedselveiligheid daardoor beïnvloed zou kunnen zijn;
  15. als u een vervangend bestanddeel heeft gebruikt wat de consument mogelijk niet verwacht zoals imitatieroom of imitatiechocolade.

 

Ook als sprake is van chocolade met vreemd plantaardig vet, als aan vleesproducten of vleesbereidingen vreemde eiwitten, water of plakmiddelen zijn toegevoegd of wanneer sprake is van dranken met een alcoholvolumegehalte van 1,2% of meer moet hiervan melding gemaakt worden.

In dit artikel gaan we kort in op de aanvullende verplichtingen die gelden voor de onder 8 tot en met 15 genoemde bijzondere omstandigheden.

Gasverpakt

De houdbaarheid van met name voorgebakken brood en roggebrood kunt u verlengen door gebruik te maken van verpakkingsgas. Vermeld in dat geval de woorden ‘verpakt onder beschermende atmosfeer’. Maak alleen gebruik van toegelaten verpakkingsgassen. U hoeft deze niet met naam of E-nummer te vermelden omdat ze niet als ingrediënten worden beschouwd.

Zoetstoffen

Zoetstoffen nemen een aparte plaats in binnen de categorie additieven omdat u bij gebruik hiervan extra vermeldingen moet aanbrengen  op de verpakking, dan wel etiket. Het gebruik van zoetstoffen is alleen toegestaan wanneer:

  • ze suikers vervangen in levensmiddelen met een verminderde verbrandingswaarde (dat wil zeggen dat ze ten minste 30% minder energie bevatten dan het oorspronkelijke levensmiddel of een vergelijkbaar product), of in levensmiddelen zonder toegevoegde suikers;
  • ze suikers vervangen om een langere houdbaarheid van levensmiddelen te realiseren;
  • ze bestemd zijn voor producten voor bijzondere voeding.

De zoetstoffen die in bakkerijproducten zijn toegestaan en de bijbehorende gebruiksvoorwaarden (toegestane hoeveelheden) staan in hoofdstuk 7.3.3 van ons speciale naslagwerk  “Voedselinformatie en Aanduiden” die deel uitmaakt van het digitale informatiepakket.

Verplichte vermeldingen op het etiket

  • Op levensmiddelen die een of meer zoetstoffen bevatten, vermeldt u tezamen met de benaming van het levensmiddel: „met zoetstof(fen)”. 
  • Op levensmiddelen die zowel toegevoegde suiker(s) als een of meer zoetstoffen bevatten, vermeldt u tezamen met de benaming van het levensmiddel: „met suiker(s) en zoetstof(fen)”. 
  • Op levensmiddelen die aspartaam/aspartaam-acesulfaamzout bevatten, vermeldt u op het etiket:
    0 „bevat aspartaam (een bron van fenylalanine)” indien aspartaam/aspartaam-acesulfaamzout enkel is opgenomen in de lijst met ingrediënten door een verwijzing naar het E-nummer. 
    0 „bevat een bron van fenylalanine” indien aspartaam/aspartaam-acesulfaamzout met specifieke naam is opgenomen in de lijst met ingrediënten. 
  • Op levensmiddelen die meer dan 10 % toegevoegde polyolen bevatten (bijvoorbeeld sorbitol, mannitol, xylitol, isomalt, lactitol, erythritol of maltitol) vermeldt u: “overmatig gebruik kan een laxerend effect hebben”.

Claims
Op grond van artikel 3 van Verordening 1333/2008 en Verordening 1924/2006 mag u de claim ‘zonder toegevoegde suikers’ gebruiken wanneer aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • Er zijn geen mono- of disachariden aan het product toegevoegd (bijvoorbeeld glucose, fructose, basterdsuiker of tafelsuiker);
  • Er zijn geen levensmiddelen toegevoegd die mono- of disachariden bevatten en die om hun zoetkracht worden gebruikt (bijvoorbeeld stroop of honing);
  • Vermeld wanneer dat van toepassing is dat “het product enkel van nature aanwezige suikers bevat” (bijvoorbeeld uit vruchten of melk).

Let op: vermeld niet op een product dat het bestemd of geschikt is voor lijders aan diabetes, oftewel diabetici. Dit is verboden op grond van Warenwetbesluit Producten voor bijzondere voeding, artikel 9a. De nieuwe Europese Verordening ‘bijzondere voeding’ is ook gepubliceerd en geldt met ingang van 16 juli 2016. Daarin is vastgelegd dat er geen wetenschappelijke basis is om bijzondere samenstellingsvoorschriften op te stellen voor levensmiddelen die door mensen met diabetes worden geconsumeerd. Ook om die reden is het dus af te raden claims te gebruiken inzake de geschiktheid van een bepaald product voor diabetici.
De claims “suikervrij’ en ‘suikerarm’ mogen wel gebruikt worden, mits aan de daaraan gestelde voorwaarden in Verordening 1924/2006 inzake voeding- en gezondheidsclaims wordt voldaan (zie artikel ‘voedingsclaims en voorwaarden’).

Zoethout, cafeïne of plantensterolen

Als zoetwaren 100 mg/kg of meer zoethout (glycyrrizinezuur of het ammoniumzout daarvan) bevatten, is de waarschuwing “bevat zoethout” verplicht. Is de concentratie hoger dan 4 g/kg, dan moet de waarschuwing zijn “bevat zoethout – mensen met hoge bloeddruk dienen overmatig gebruik te vermijden”.

Wanneer cafeïne is toegevoegd met als doel een bepaald lichamelijk effect te bereiken (bijvoorbeeld alertheid) moet u de waarschuwing “Bevat cafeïne. Niet aanbevolen voor kinderen en zwangere vrouwen” op het etiket  aanbrengen in nabijheid van de naam van het levensmiddel. Daarachter wordt tussen haakjes het cafeïnegehalte vermeld in mg per 100 g.

Voor levensmiddelen met toegevoegde plantensterolen (fytosterolen, fytosterolesters, fytostanolen of fytostanolesters) geldt een hele lijst met aanvullende etiketteringsvoorschriften. Behalve een waarschuwing over de aanwezigheid en een vermelding van de hoeveelheid gelden ook waarschuwingen over beperkt gebruik voor bepaalde groepen en de te consumeren hoeveelheden. Gedetailleerde informatie vindt u in de map “Voedselinformatie en Aanduiden” die onderdeel uitmaakt van het digitale informatie pakket.

Doorstraalde ingrediënten

Als u ingrediënten verwerkt die met ioniserende straling zijn behandeld, moet u deze altijd in de ingrediëntenlijst of bij de naam van het product op de schapkaart (bij onverpakte producten) vermelden, samen met één van de volgende aanduidingen: ‘doorstraald’ of ‘met ioniserende straling behandeld’. Uw leverancier is verplicht u te melden als sprake is van doorstraalde ingrediënten. Nederland heeft vergunning gegeven voor het doorstralen van eiproducten, peulvruchten, gedroogde groenten en gedroogd fruit, graanvlokken, het verdikkingsmiddel arabische gom (E 414), vlees van pluimvee, kikkerdelen (zoals kikkerbilletjes), garnalen, gedroogde aromatische kruiden, specerijen en plantaardige kruiden en voor diepgevroren maaltijden bestemd voor patiënten die op medisch voorschrift steriele voeding nodig hebben.

In de ingrediëntenlijst vermeldt u dan bijvoorbeeld ‘eiwit (met ioniserende straling behandeld)’. Of bijvoorbeeld wanneer de kaneel in de speculaaskruiden van de speculaas is doorstraald: ‘speculaaskruiden (bevat doorstraalde kaneel)’.

AZO-kleurstoffen

Sinds 20 juli 2010 is het verplicht om op voorverpakte levensmiddelen die een of meerdere AZO-kleurstoffen bevatten, een waarschuwing op het etiket of op de verpakking te zetten. Dit is geregeld in artikel 24 van Verordening 1333/2008.

Het gaat om de volgende zes kleurstoffen:

  • tartrazine (E102)
  • chinolinegeel (E104)
  • zonnegeel (E110)
  • carmoisine (E122) 
  • ponceau 4R (E124)
  • allurarood (E129)

Deze kleurstoffen zijn onder andere toegestaan in cake, wafels, biscuit, krentenbrood, suikerbrood en koffiebroodjes, in versieringen en oppervlaktelagen en in consumptie-ijs.

De waarschuwing dient als volgt omschreven te worden: ‘[naam of e-nummer van de kleur(en)] kan de activiteit of de oplettendheid van kinderen nadelig beïnvloeden’.

Aanwezigheid technisch vervaardigde nanodeeltjes

Achter ingrediënten die in de vorm van technisch vervaardigd nanomateriaal in het product zijn verwerkt wordt in de ingrediëntenlijst tussen haakjes de vermelding “nano” opgenomen. Technisch vervaardigd nanomateriaal is doelbewust geproduceerd materiaal dat een of meer dimensies heeft van 100 nanometer of minder (een nanometer is een miljardste meter).

Plaats- of regiovermelding

In de nieuwe Verordening Productinformatie (1169/2011) zijn ook voorschriften opgesteld voor het vermelden van de plaats van oorsprong en herkomst.

Het land van oorsprong slaat op het land waar ingrediënten, planten of dieren, zijn geteeld dan wel opgegroeid. De plaats van herkomst is de plaats waar het levensmiddel is geproduceerd. Vermelding van een van deze twee is vereist, wanneer de afwezigheid daarvan de consument zou kunnen misleiden. De interpretatie van dit voorschrift leidt vooralsnog tot discussie.

De aanduiding van plaats of regio in een productnaam komt regelmatig voor bij de benaming van brood of bakkerswaren. Denk aan Goudse stroopwafels, Friese Oranjekoek, Drentse stoet, Groninger koek, Bossche Bollen, Turks brood, Limburgse vlaaien of Zeeuwse bolussen. Het Ministerie van VWS en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) bespreken met de brancheorganisaties in hoeverre hier sprake is van gebruikelijke aanduidingen, waarvan de consument dus niet verwacht dat het product ook daadwerkelijk in die stad of in die regio gemaakt is. In dat geval is geen sprake van misleiding van de koper, wanneer men de plaats van oorsprong of herkomst niet vermeld.

Binnen Europa is daarnaast veel discussie gaande over de eventuele uitbreiding van verplichte herkomst vermeldingen voor vlees wat als ingrediënt wordt gebruikt of voor ingrediënten die meer dan 50% van het product uitmaken. Dat zou kunnen betekenen dat u als ondernemer straks verplicht wordt om bijvoorbeeld de herkomst van verse eieren (bijvoorbeeld op eierkoek), boter (bijvoorbeeld op boterkoek) of slagroom (bijvoorbeeld op voorverpakte slagroomsoesjes) te vermelden. Het vermelden van de herkomst is vaak erg ingewikkeld en brengt extra kosten met zich mee.

Ontdooide producten

Voor producten die voor verkoop diepgevroren waren en ontdooid worden verkocht, wordt bij de benaming de vermelding ‘ontdooid’ gebruikt. Dit hoeft niet:

  • als het gaat om ingrediënten van een product die bevroren zijn geweest zoals kapselplakken in een taart;
  • wanneer de ontdooiing geen negatieve invloed heeft op de kwaliteit of de veiligheid van een product;
  • als invriezing een technologisch noodzakelijke stap is voor het productieproces.

Vervangende bestanddelen

Een globale toelichting op de verschillende verplichte onderdelen voor het etiket van voorverpakte producten vindt u in de overeenkomstig aangeduide artikelen. Voor een gedetailleerde toelichting verwijzen we u naar onze speciale naslagwerken “Etiketteren en Aanduiden ” en “Voedselinformatie en Aanduiden” die deel uitmaken van het digitale informatiepakket. Heeft u na het doorlezen daarvan nog vragen op het gebied van etiketteren? Neem dan contact op met onze kennisspecialisten! Zij staan u graag te woord.

Gedetailleerde informatie

Een globale toelichting op de verschillende verplichte onderdelen voor het etiket van voorverpakte producten vindt u in de overeenkomstig aangeduide artikelen. Voor een gedetailleerde toelichting verwijzen we u naar ons speciale naslagwerk “Voedselinformatie en Aanduiden” die deel uitmaakt van het digitale informatiepakket. Heeft u na het doorlezen daarvan nog vragen op het gebied van etiketteren? Neem dan contact op met onze kennisspecialisten! Zij staan u graag te woord.

Afdrukken