Informeer uw klant over allergenen in uw producten

30 Aug 2017

Allergene stoffen zijn stoffen die (hevige) voedselovergevoeligheid (allergisch of niet-allergisch) kunnen veroorzaken. In een bakkerij komen, net als op andere productieplaatsen van levensmiddelen, vaak diverse allergene stoffen voor. De meest voorkomende allergenen in de bakkerij zijn glutenbevattende granen, sesamzaad, pinda’s, noten, ei, soja, lupine en melk (inclusief lactose).

Wat zijn de wettelijke eisen?
1. Vermeld de aanwezige allergenen in een afwijkend lettertype in de ingrediëntenlijst op het etiket van voorverpakte producten;
2. Zorg dat u voor niet-voorverpakte producten de informatie schriftelijk of elektronisch beschikbaar hebt. Deze informatie moet vrij toegankelijk, begrijpelijk en duidelijk leesbaar zijn;
3. Vermeld duidelijk zichtbaar waar de allergenen-informatie van niet-voorverpakte producten te vinden is (bijvoorbeeld met een bordje op de toonbank).
4. U mag de informatie over allergenen in niet-voorverpakte producten ook mondeling aan de consument overbrengen, maar de informatie moet dan wel schriftelijk of elektronisch beschikbaar zijn voor het personeel en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Bovendien moet u duidelijk zichtbaar vermelden dat de klant zich voor allergeneninformatie kan wenden tot het personeel (plaats bijvoorbeeld een bordje met deze tekst op de toonbank). 

De allergenen waarmee u in uw bedrijf werkt, kunnen ook door versleping of kruisbesmetting ook in andere producten terecht komen. U bent niet wettelijk verplicht daarvan melding te maken op uw etiket. Toch kunt u aansprakelijk gesteld worden, wanneer u hiermee niet zorgvuldig genoeg omgaat. Alle reden dus om voorzichtig te zijn met de promotie van allergeenvrije producten. Doe dit alleen wanneer u absoluut zeker weet dat deze daadwerkelijk allergeenvrij zijn en dat kruisbesmetting is uitgesloten.

Europees overzicht allergene stoffen

In Europees verband is een lijst opgesteld met voedselbestanddelen en andere stoffen die bij een vrij groot aantal mensen klachten kunnen veroorzaken. Meer dan negentig procent van alle wereldwijd voorkomende voedselovergevoeligheidsklachten wordt door deze stoffen veroorzaakt. De lijst wordt regelmatig geëvalueerd door de Europese Commissie, in samenwerking met en op advies van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA).

Declaratie is wettelijk verplicht

Als brood- of banketbakker bent u wettelijk verplicht om de volgende allergenen te vermelden in de ingrediëntenlijst van voorverpakte producten, wanneer deze allergenen in ingrediënten van het product of in gebruikte hulpstoffen zitten. Alleen wanneer het betreffende allergeen in de naam van het product genoemd wordt is vermelding hiervan in de ingrediëntenlijst niet nodig.

  • Glutenbevattende granen (dit zijn tarwe, waaronder spelt en khorasantarwe, rogge, haver, gerst en hybride soorten daarvan)
  • Eieren
  • Vis
  • Pinda’s (inclusief arachideolie)
  • Noten (dit zijn amandelen, hazelnoten, walnoten, cashewnoten, pecannoten, paranoten, pistachenoten en macadamianoten)
  • Soja
  • Melk (inclusief lactose)
  • Schaaldieren
  • Selderij
  • Mosterd
  • Sesamzaad
  • Lupine
  • Weekdieren
  • Sulfiet (in concentraties van meer dan 10 mg per kilogram of 10 ml per liter, uitgedrukt als SO2)

Vermeld ook technische hulpstoffen (zoals plaatsmeermiddelen) of additieven die in grondstoffen zitten en die zijn afgeleid van bovenstaande allergenen, zelfs als zij geen functie in het eindproduct hebben. Verwijs altijd naar de naam van de allergene stof waarom het gaat. Bij glutenbevattende granen en bij noten verwijst u naar het soort graan en het soort noot welke gebruikt is. Met uitzondering van sulfiet geldt voor de bovengenoemde allergenen geen drempelwaarde. Als zij voorkomen, in welke hoeveelheid dan ook, dienen zij vermeld te worden. Wanneer een bepaald allergeen in meerdere ingrediënten voorkomt, moet dit voor elk ingrediënt afzonderlijk worden vermeld .

Er bestaan een paar afgeleide producten van allergene stoffen waarvan wetenschappelijk bewezen is dat zij niet schadelijk zijn voor mensen met een allergie, zoals bijvoorbeeld volledig geraffineerde sojaolie of glucosestroop/dextrose van tarwe. Bij deze producten is geen vermelding van herkomst nodig. Zie hiervoor de lijst met uitzonderingen onder documentatie.

 

Benadrukken van allergenen

De naam van de allergene stof in de ingrediëntenlijst (ook het soort glutenbevattend graan en soort noot) moet duidelijk te onderscheiden zijn van de overige ingrediënten. Dat bereikt u door hiervoor een ander of groter lettertype te gebruiken of door de allergenen te onderstrepen of vet af te drukken (dat laatste heeft de voorkeur). Sinds 13 december 2014 is het niet meer toegestaan een zogenaamde “allergenenbox” te gebruiken waarin wordt samengevat welke allergene stoffen in het product zitten. Het is namelijk belangrijk dat de consument altijd de ingrediëntenlijst leest om te achterhalen welke (allergene) stoffen het product bevat zodat ook de aandacht wordt gevestigd op stoffen waarvoor de accentuering niet wettelijk verplicht is.

May contain labeling

Allergene ingrediënten kunnen ook onbedoeld in een product terecht komen als gevolg van kruisbesmetting. Een productielijn is bijvoorbeeld onvoldoende gereinigd of er zweven nog grondstofdeeltjes door de lucht van de productieruimte. Fabrikanten vermelden dit risico regelmatig als volgt op hun product: ‘Dit product kan sporen van noten bevatten’ of ‘Dit product is gemaakt op een locatie waar ook melk verwerkt wordt’. Deze zogenaamde ‘may contain labeling’ is niet wettelijk verplicht, maar het kan een belangrijke voorzorgsmaatregel zijn wanneer de afwezigheid van allergenen niet gegarandeerd kan worden.

Gevolg is wel dat er producten in de winkel liggen met een ‘may contain’ waarschuwing, terwijl het product wellicht helemaal geen allergene stoffen bevat. Fabrikanten willen zich indekken en geen onnodige risico’s lopen, waardoor het soms wel eens te gemakkelijk wordt toegepast. Voor allergische patiënten zijn de reële risico’s lastig in te schatten, met als gevolg dat zij een beperktere voedingskeuze hebben. Anderzijds worden er ook producten verkocht die niet voorzien zijn van een waarschuwing, maar die wél als gevolg van bijvoorbeeld kruisbesmetting allergene stoffen bevatten.

Drempelwaarden kruisbesmetting

Drempelwaarden voor vermelding van allergenen die door kruisbesmetting in een product komen, zijn zeer moeilijk vast te stellen. De gevoeligheid voor een bepaald allergeen kan per patiënt verschillen en sommige mensen krijgen al bij het kleinste spoortje van een bepaalde stof een allergische reactie. TNO heeft hierover samen met organisaties in Amerika en Australië veel informatie verzameld. Deze informatie is verwerkt in een computerprogramma waarmee fabrikanten actielimieten voor verschillende allergenen vast kunnen stellen. Dit digitale programma, het zogenaamde VITAL-systeem (Voluntary Incidental Trace Allergen Labeling)  houdt ook rekening met de portiegrootte van het product. De actielimieten kunnen door fabrikanten worden gebruikt voor risicomanagement om kruisbesmetting gericht tegen te gaan. Daarmee kan onnodige may contain labeling zoveel mogelijk beperkt worden.

De NVWA maakt gebruik van lagere referentiedoses dan het VITAL-systeem. Bureau Risicobeoordeling concludeert dat de bepaling van de referentiedoses uit de drempelwaarden door VITAL niet is gebeurd conform de aanwijzingen van EFSA. Daardoor zouden de referentiedoses niet conservatief genoeg zijn en onvoldoende bescherming bieden aan de allergische consument.

Afdrukken