De wet en de hoeveelheid zout in brood

23 mei 2017

- informatie NBOV -  

 

 

De hoeveelheid zout voor brood staat beschreven in het Warenwetbesluit Meel en Brood. In het huidige Warenwetbesluit is in artikel 8 opgenomen hoeveel zout de aanduiding brood mag hebben. In artikel 9, 10 en 11 staat dit verder uitgewerkt voor witbrood, bruin (tarwe)brood en melkbrood.  

 

In artikel 8 van het Warenwetbesluit staat het volgende beschreven:

 

 

“De aanduiding brood mag uitsluitend worden gebezigd voor brood met een vochtgehalte van ten minste 20% en een gehalte aan keukenzout van ten hoogste 1,8%, berekend op de droge stof”.

 

 

Dit betekent dat een brood maximaal 1,8% zout op droge stof mag bevatten.

 

 

Bron: NBOV

Aandachtspunten

 

  • Het zoutpercentage op de droge stof is afhankelijk van de gehanteerde receptuur. Het zoutgehalte wordt berekend ten opzichte van de hoeveelheid bloem of meel. Deze bevat rond 85% droge stof. Afhankelijk van het percentage hulpgrondstoffen wijzigt het zoutpercentage op de droge stof.
  • Wanneer er een broodverbetermiddel wordt toegepast, wordt het aandeel droge stof verhoogd. Let op: sommige broodverbetermiddelen (BVM’s) bevatten tevens zout. Dit geldt met name voor BVM’s waaraan melkpoeder is toegevoegd. 
  • Met de spreadsheet van het NBC (te downloaden op deze pagina) kunt u het zoutgehalte op droge stof met een goede benadering berekenen. Door uw brood te analyseren, weet u of u aan de norm voldoet.

Praktijkvoorbeeld

Begin november 2016 ontving Bakkerij Van Eijndhoven uit Liempde net als alle andere leden een brief van de NBOV over zout in brood. Bakker Jos van Eijndhoven deelt graag zijn verhaal met zijn vakgenoten. Hij is voortvarend aan de slag gegaan met het reduceren van zout en heeft een bijeenkomst georganiseerd om zijn producten met minder zout te laten proeven aan klanten en andere geïnteresseerden. Alle aanwezigen waren zeer enthousiast over de smaak en merkten niet dat er minder zout was gebruikt. 

“Net als bij de zoutreductie vanaf 2009 ben ik stapsgewijs teruggegaan in het zoutgehalte,” vertelt Van Eijndhoven. “Tijdens de verwerking van het deeg over de bollenkast merk je dat het deeg wat wilder lijkt. Door de temperatuur een halve graad te laten zakken, werd dit probleem opgelost. De groeiomstandigheden van de gist worden dan iets minder. Daarnaast voegen we wat desem aan onze broden toe en dat komt de smaak ten goede.” 

Tips heeft hij ook voor zijn collega’s: “Voer de zoutreductie stapsgewijs door. Denk aan je processtappen, door de temperatuur van je bollenkast te verlagen en wellicht de gistdosering aan te passen. Dan komt het product goed uit de bollenkast.”

Afdrukken